Template:Oefentoets 12 februari 2008 klas 3

From Talk2000.NL

Jump to: navigation, search

Contents

1a

f(x) = y= -9 x2 + 36

y = 0
-9 ( x2 - 4 ) = 0
x2 = 4
x = -2 of x = 2 Dus de coördinaten zijn: ( -2, 0 ) en ( 2, 0 )
symm. as: gemiddelde = 0 ... x=0 geeft y=36 dus ( 0, 36 )
vergeet niet de coördinaten volledig op te schrijven, x=-2 of x=2 is maar een half antwoord!
Berg parabool

1b

g(x) = 4 ( x+1 )2 - 12

als je de haakjes uitwerkt zul je vastlopen. Als je vastloopt moet je terug en iets anders proberen. Probeer de vorm: a2=b2
( x+1 )2 = 3
x+1 = plus of min wortel 3, kort dat even af met W=wortel 3
dan x+1 = -W of x+1 = W
x = -1 - W of x = -1 + W
(-1 - W , 0 ) en ( -1 + W , 0 ) zijn de nulpunten.
gemiddelde is -1 = x
( -1 , -12 ) is de top
Dalparabool

2

y = x2 - 12x + 32
y = ( x - 4) ( x - 8 )
y = 0
0 = ( x - 4) ( x - 8 ) dus x=4 of x=8
Snijpunten met de X-as zijn: (4, 0) en (8, 0) — vergeet niet ze echt als punten te noteren
Symm. as is x=( 4+8 ) / 2 dus x=6 ; dus de top is (6, -4) dat is een minimum, het dal van de dalparabool. Tip: invullen in vergelijking op regel 2 is makkelijk uit het hoofd, dan invullen in regel 1; beide is mogelijk.

Nog 4 punten x invullen geeft y: bijvoorbeeld (5, -3 ) en (7, -3) en (3, 5) en (9, 5).

3a

( t - 4 )2 = 36
uitschrijven en op nul herleiden werkt wel, maar is een boel werk. Sneller is:
a2 = b2
t-4 = -6 of t-4 = 6
t = -2 of t = 10 Dat is de oplossing: voor deze waarden van t is de bewering van regel 1 waar.

3b

b2 + b = 2
als je meteen b buiten haakjes haalt, loop je vast. Dat werkt dus niet, dus iets anders: eerst op nul herleiden, dan zien we verder.
b2 + b - 2 = 0
product som methode
pq = -2 en p+q = 1
dus -1 en -1 :
( b - 1 ) ( b - 1 ) = 0 = (b - 1)2
de oplossingen vallen nu samen, er is dus maar 1 oplossing, en dat is b = 1

3c

a ( a+ 12 ) = 5 ( 3a + 2 )
wat tussen haakjes staat links en rechts verschilt teveel, daar kun je niks mee beginnen. Dus: alles uitwerken:
a2 + 12a = 15a + 10
nu maar op nul herleiden, alles naar links:
a2 + 12a - 15a - 10 = 0
a2 - 3a - 10 = 0
product -10 (dus 1 plus en 1 min); som (verschil) -3
+2 en -5
(a + 2) (a - 5) = 0
a=-2 of a=5

4 ongelijkheid

  1. los de GELIJKheid op
  2. maak een schets van de grafiek , of een tekenschema
  3. lees het antwoord af en noteer dat op de juiste wijze
Op te lossen:
x2 - 12x + 32 > -3
x2 - 12x + 32 = -3

analoog aan som 2 geeft dit nu:

x=5 of x=7
Het tekenschema wordt:
     >>>     =    <<<      =     >>>
y = x2 - 12x + 32 —————+—————+————— -3
voor x= —————5—————7
(Dus x2 - 12x + 32 vergeleken met -3 .)
Oplossing is: x < 5 of x > 7
opmerking

Als gevraagd zou zijn: y < -3 dan zou de oplossing zijn: 5 < x < 7 .

In het eerste geval is x of het één, of het ander; in het tweede geval is x zowel kleiner dan 7 als groter dan 5: én-én. Dit kan je in één keer opschrijven, waarbij je van klein naar groot sorteert: 5 < x < 7 .

5a

(a+b)2 = a2 + 2ab + b2 dus
p2 + q + (pq + p)2 =
= p2 + q + p2q2 + 2 p2q + p2 =
de eerste en de laatste term kan je samen nemen:
= 2 p2 + q + p2q2 + 2 p2q

5b

5 a3b2c / ( 3 abc ) =
= (5/3) a2b

5c

p4 = p p p p (4 maal met zichzelf vermenigvuldigd) en Meneer VanDalen Wacht OpAntwoord, dus
5(a2b)4 =
=5 [ a8b4 ]
= 5 a8b4
Personal tools