Klaas de Vries

From Talk2000.NL

Jump to: navigation, search


Deze pagina is een beginnetje.
U wordt uitgenodigd op edit te klikken om uw kennis aan deze pagina toe te voegen !
Zoals te lezen in onze Richtlijnen voor Gebruik van talk2000.nl mediawiki: bestaande teksten niet inhoudelijk wijzigen of wissen s.v.p.)
.

[edit] Wikipedia


 


- N a v i g a t i e -





logo.gif 20-12-2006

[edit] Interview Klaas de Vries / ’Burgers tikken nu op de Haagse vissenkom’

door Ruud van Heese

Ruim dertig jaar liep PvdA’er Klaas de Vries rond in de Haagse politiek. Hij ageerde tegen kruisraketten, was zwaar aangeslagen na de moord op Pim Fortuyn, noemde het Binnenhof een vissenkom en was fel criticus van minister Verdonks asielbeleid. Vorige week nam hij afscheid van de Kamer.

‘Ik ga aan het werk’, luidde het opgewekte antwoord van Klaas de Vries, toen hij op 16 mei 2002 voor het gebouw van de Tweede Kamer de vraag kreeg wat hij ging doen. De avond ervoor had de kiezer de PvdA een ongelofelijk pak slaag gegeven. De Vries besefte dat aan zijn ministerschap binnenkort een einde zou komen. Maar hij was, 59 jaar oud, opnieuw gekozen in de Tweede Kamer.

Het was in 1973, het jaar waarin het kabinet-Den Uyl aantrad, dat De Vries in de Kamer als dertigjarige jurist debuteerde. „Is de landelijke politiek niks voor jou?” had een lid van de PvdA-afdeling Delft hem enkele jaren daarvoor gevraagd. Alles bij elkaar is hij 19 jaar Kamerlid geweest. Als hij eens wat anders deed, was het Binnenhof nooit ver weg: hij was hoofddirecteur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, minister van sociale zaken en werkgelegenheid en minister van binnenlandse zaken.

In die functie kreeg De Vries te maken met de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, en - op 6 mei 2002 - de moord op LPF-lijsttrekker Pim Fortuyn. De gebeurtenissen van die dag staan hem nog helder voor ogen.

„Het was de eerste dag dat ik op verkiezingscampagne ging”, herinnert De Vries zich. „Ik was eerst in Enschede, waar ik nog heb gepraat met slachtoffers van de vuurwerkramp, en daarna in de Achterhoek. 's Avonds zou ik een toespraak houden in Doetinchem. Toen ik het bericht kreeg dat Fortuyn was neergeschoten, ben ik onder politiebegeleiding met een werkelijk ongelofelijke snelheid naar Den Haag teruggereden, onderweg voortdurend telefonerend met premier Wim Kok en het ministerie.

In Den Haag kwam het kabinet bijeen. Daar vertelde ik mijn collega's wat de politie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst vóór de moord op Fortuyn hadden gedaan met berichten over bedreigingen aan diens adres.

„Later op de avond zou er een persconferentie zijn. Ik wilde het laten bij de aankondiging van een grondig, onafhankelijk onderzoek. De volgende morgen zou het ministerie dan een communiqué uitgeven, waarin op een rijtje werd gezet wat de overheid voorafgaande aan de moord had gedaan. Maar collega's drongen erop aan dat ik dat op die persconferentie al zou vertellen, om speculaties te voorkomen.”

Televisiekijkend Nederland zag die nacht een De Vries die in niets leek op de zelfverzekerde, kalme bestuurder, die in VVD-kringen zelfs werd beschouwd als een betere kandidaat voor het premierschap dan de door Wim Kok naar voren geschoven PvdA-lijsttrekker Ad Melkert. Lijkbleek, onzeker pratend, las de minister van een briefje dat hij maar nauwelijks stil kon houden op, wat de overheid vóór de moord op Fortuyn had gedaan.

„Het was een verhaal met nogal wat details, dat ik nauwelijks kon lezen”, blikt De Vries terug, „en ik voelde me nog steeds helemaal niet lekker door die waanzinnige autorit. Ik kon daar helemaal niet tegen. Dus ik stond er wat witjes bij.

„Nu was het toch al een bewogen tijd. Mijn vader was niet lang daarvoor overleden. Het tweede kabinet-Kok had voortijdig zijn ontslag ingediend naar aanleiding van het rapport over de massamoord in Srebrenica. De peilingen waren voor de PvdA omineus. En ik was natuurlijk ook vreselijk ontdaan door de moord op Fortuyn.

„De persconferentie zag ik later terug op televisie. Het zag er inderdaad niet uit. Het zij zo. Maar de informatie die ik gaf, bleef ook na het onderzoek overeind.”

De Vries weet hoe er tegen de Haagse politiek wordt aangekeken. Een slangenkuil, een gesloten bolwerk. „Maar mijn ervaring is totaal anders”, zo neemt hij het op voor de wereld van het Binnenhof. Wel houdt hij de vergelijking met de vissenkom overeind, die hij ooit maakte. De vissen (lees: de politici) maken hun rondjes en schrikken pas op als er op de kom wordt getikt.

Maar De Vries vindt dat nog niet eens zo slecht. „Een moderne democratie is erop gebaseerd dat mensen aan de bel trekken. Die eis mág je ook stellen aan mondige burgers. Tot in de jaren zestig absorbeerden en verwoordden kerken, maatschappelijke organisaties en daarmee verbonden kranten het ongenoegen in de samenleving. Nu moeten burgers zelf op die ruit tikken, zodat politici in beweging komen.

„Alleen is dat wel nog in ontwikkeling. Je ziet de laatste jaren enorme verschuivingen bij verkiezingen. Je zou een systeem moeten hebben dat tussentijds maatschappelijk ongenoegen beter waarneemt en kanaliseert, zodat burgers onvrede over maatschappelijke vraagstukken niet opzouten tot aan de volgende verkiezingen.”

Dat de Tweede Kamer op die manier incidentenpolitiek bedrijft, is volgens De Vries een verkeerde waarneming. „Natuurlijk, Kamerleden reageren op een incident. Maar ze praten erover, omdat een incident meestal voor een structureel probleem staat. Dat geldt voor allerlei terreinen. Zie jeugdzorg, naturalisatierecht, ontsnapte tbs-ers, asielrecht. Eerst lijken het incidenten, daarna groeit het inzicht dat het om een veel breder probleem gaat.”

Wat De Vries wel stoort is dat partijen er niet in slagen om zich los te maken van taboes. „Die zijn kennelijk voor sommige politieke groeperingen nodig voor hun identiteit”, stelt hij vast.

Als voorbeelden noemt hij de financiering van de AOW en de fiscale aftrekbaarheid van hypotheekrente, waar partijen als CDA en VVD een blokkade hebben gelegd op veranderingen. En misschien geldt het ook wel voor de voedselbanken, waar zijn eigen PvdA zo’n moeite mee heeft.

„Zijn voedselbanken nou werkelijk zo vreselijk?” vraagt De Vries zich af. „Het zou natuurlijk prachtig zijn als we een samenleving zouden hebben waarin niemand geldzorgen zou hebben. Maar daar zijn we nog niet echt aan toe”, zegt hij met gevoel voor understatement. „Het is de vraag of die voedselbanken door het verstrekken van hogere uitkeringen overbodig zouden worden. Ik betwijfel dat zeer. Men heeft dat extra geld voor andere dingen nodig. En het is ook geen prettige gedachte dat voor een vermogen aan goed voedsel wordt vernietigd, dat nu nog naar die voedselbanken gaat.”

Klaas de Vries begon als politicus in de nadagen van de grote ideologieën van de jaren zeventig, maar hij heeft daar nooit zoveel mee op gehad. „Ik ben bepaald niet vies van pragmatisme”, zegt hij. „Ideologieën werken vaak als oogkleppen. Voor de belangrijkste keuzen in de politiek kom je met een paar simpele noties al een eind. Wat doe je met de tegenstelling tussen rijk en arm? Kies je voor meer of minder solidariteit, voor meer of minder eigen verantwoordelijkheid? Dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten?

„Ik denk niet dat veel burgers zich bij verkiezingen laten leiden door ingewikkelde ideologieën. Je moet met een zeker pragmatisme het land besturen, een aantal prioriteiten vaststellen en daarbinnen problemen aanpakken. Je moet niet de wereld willen dichtregelen. Dat pakt funest uit.”

Dat is hem ook opgevallen in de jaren dat hij buiten, maar dicht tegen de politiek aan opereerde: als hoofddirecteur van de invloedrijke Vereniging van Nederlandse Gemeenten en voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, de icoon van het poldermodel. „Dan valt op dat de politiek een zekere ongenaakbaarheid heeft”, zegt hij. „Er is een grote geestelijke afstand tussen het Binnenhof en de mensen en organisaties daarbuiten. Dan had de politiek weer iets bedacht en moest de VNG maar uitzoeken hoe dat in praktijk kon worden gebracht. Er was vaak enorme spanning tussen beleid en uitvoering, tussen droom en daad. En dat is nog zo, kijk maar naar de vernietigende kritiek van de Nationale Ombudsman op de uitvoering van het toeslagensysteem.”

In zijn eerste periode als Kamerlid (1973 -1988) was De Vries woordvoerder over onder meer defensie en grondwetszaken. Hij trok de aandacht met zijn poging om met een beroep op de Grondwet te verhinderen dat in Nederland Amerikaanse kruisraketten zouden worden geplaatst. „Ik was er heilig van overtuigd dat de plaatsing van kruisraketten een ramp zou zijn voor de veiligheid van Europa”, zegt hij.

Hoewel hij die kwestie vol overgave aanpakte, is duidelijk dat de laatste vier jaar van zijn Kamerlidmaatschap hem nu meer emotioneren. Daarin hield hij zich bezig met het vreemdelingenbeleid en lag hij geregeld overhoop met Rita Verdonk, de VVD-minister die vorige week dat onderdeel van haar portefeuille moest afstaan.

„Bij het asielbeleid gaat het erom hoe de staat met mensen omgaat. Wat mag je mensen aandoen? Kijk, ik vind het niet erg als iemand in het gevang gaat, omdat hij iets misdaan heeft. Maar ik vind het wel erg als je mensen met kinderen bij een station afzet met een treinkaartje en de boodschap: scheer je weg! Ze kunnen meestal geen kant uit. Verdonk zag door de regels de mensen niet meer.”

„Bij het asielbeleid hebben de normen en waarden waar het kabinet steeds over spreekt geen invulling gekregen. Ik verwijt dat Verdonk niet persoonlijk. Het verbaast me wel dat anderen haar hebben laten begaan. Ik ben in mijn jeugd doordrenkt met christelijke waarden. Ik begrijp niet dat het CDA zich daarvoor bij het asielbeleid zo geïmmuniseerd heeft. Dat was verbijsterend.”

„Destijds ben ik in de Kamer met nogal abstracte onderwerpen begonnen. Maar de afgelopen vier jaar ben ik als woordvoerder asielbeleid vrijwel dag na dag met wanhopige mensen geconfronteerd. Het was een aaneenschakeling van onrecht, willekeur, en helaas ook gebrek aan liefde voor de waarheid. Ik heb zelden zo’n afstand gezien tot de normen van behoorlijk bestuur als in de periode-Verdonk.”

„En dan zegt Verdonk dat je geen vergelijkingen mag maken met gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. Hoezo niet? Mijn hele leven word ik op 4 en 5 mei opgeroepen om die oorlog nooit meer te vergeten. Het is vooral een waarschuwing: pas op dat je geen mensonwaardige dingen doet.

„Natuurlijk weet iedereen dat het asielbeleid diametraal verschilt van wat in de oorlog gebeurde. Juist daarom was het niet nodig telkens zo spastisch op kritiek te reageren. Maar ach, Verdonk heeft erg veel geleerd van de praktijk van het asielbeleid: je wordt door de Kamer weggestuurd, je kunt of wilt niet vertrekken, en dan zet men je toch maar niet uit.”

De Vries over Joop den Uyl en Wim Kok: Joop den Uyl, premier van 1973 tot 1977: „Een dierbare man, een man om van te houden. Hij was een fantastische combinatie van zwakheden en grootheid. Nieuwsgierig, belangstellend. Een warme man, met wie je vreselijk kon lachen.” Wim Kok, premier van 1994 tot 2002: „Een sobere man, die werkelijk nooit iets voor zichzelf heeft gedaan. Hij is echt door Den Uyl de politiek ingetrokken en heeft een moeilijke tijd gehad als minister van financiën. Maar het was een geweldige premier. Met hem heb ik een echte vertrouwensband.”

Image:Sustainable-living,50%.jpg

Deze pagina is een kopie van een pagina op internet, voor het geval deze ingrijpend wijzigt, verplaatst of verdwijnt. (In sommige gevallen hebben we minimale aanpassingen gemaakt voor de overzichtelijkheid: kopjes, nadruk, of beknopte toelichtingen.) Het is niet de bedoeling inhoudelijke verbeteringen aan te brengen op deze pagina, omdat het een momentopname is. Voor updates moet bij voorkeur een link naar een nieuwe pagina worden gemaakt. Altijd moet duidelijk blijven wat de oorspronkelijke tekst is, en wat toevoeging is. (Let ook op zaken als Copyright.)


[edit] Reageer

+++ Geef jouw Reactie +++


(Klik op de zin Geef jouw Reactie. De bovenste regel in het volgende scherm is dan voor een "kopje", het grote veld voor uw reactie;
klik op Save om te bewaren.)


Personal tools