Gentechbedrijven in leiden of Amsterdam, hulp van burgemeester
From Talk2000.NL
Bron: Financieel Dagblad pag 3 -Woensdag 24 Augustus, 2005
[edit] Amsterdam daagt Leiden uit als biotechhoofdstad
Burgemeester Cohen zet zich in voor vertaalslag van wetenschappelijke kennis naar economische bedrijvigheid
Door LAURENS BERENTSEN
AMSTERDAM — Amsterdam gaat de concurrentie aan met Leiden als vestigingsplaats voor medische biotechbedrijven. De hoofdstad heeft haar twee academische ziekenhuizen, een aantal wetenschappelijke instituten en een handvol bedrijven bij elkaar gebracht in het Amsterdam Biomed Cluster. De samenwerking moet Amsterdam op de kaart zetten als broed-en vestigingsplaats van biomedische lifesciencebedrijven, bij uitstek het terrein waarop Leiden zich profileert.
- Biotechnologie is niet direct de eerste associatie die opkomt bij Amsterdam. Juist daarom, legt burgemeester Job Cohen uit, spant de gemeente zich in om zichtbaar te maken wat Amsterdam in huis heeft op het gebied van biomedische life sciences.
- Cohen: ‘De diamant die er is, moet worden opgepoetst. Het barst hier van de bedrijvigheid op dit punt. Dan is het verstandig luid en duidelijk te vertellen dat Amsterdam de beste plek is om je als bedrijf te vestigen.’
- De Verenigde Staten zijn toonaangevend in de biotechindustrie, op afstand gevolgd door Europa. Binnen Europa neemt Nederland een bescheiden plaats in. De industrie komt tot bloei in regio’s waar veel bedrijven bij elkaar zitten. In Nederland benadert Leiden met zijn Bio Science Park nog het meest deze situatie. Crucell en Pharming zijn er gevestigd. Centocor, een dochterbedrijf van multinational Johnson&Johnson, heeft duizend werknemers in Leiden.
- Tel hierbij op dat Nederland voor Amerikanen niet veel meer is dan een groot uitgevallen stad met veel groen, en de vraag dringt zich op hoe verstandig het is dat de hoofdstad zich afzonderlijk profileert als biotechcentrum? Moet Nederland niet met één gezicht naar buiten treden? ‘Ik zit hier niet voor Nederland, maar als burgemeester van Amsterdam’, reageert Cohen. Volgens hem zijn coalities met andere steden mogelijk en is er al sprake van de driehoek Leiden-Utrecht-Amsterdam. ‘Maar we moeten ook een achterstand inhalen, ten opzichte van bijvoorbeeld Leiden. Wetenschappelijk doen we daar niet voor onder, maar in de vertaalslag naar nieuwe bedrijvigheid lopen we nog achter.’
- Wethouder economische zaken Alexander Geertsema van Leiden voelt er weinig voor Amsterdam de les te lezen, maar hij vreest wel voor versnippering van de inspanningen om Nederland aantrekkelijk te maken voor biotechbedrijven. ‘Niet alleen Amsterdam, ook andere gemeentes begeven zich op dit terrein zonder dat ze zich realiseren hoe moeilijk het is om op deze markt te opereren.’
- Geertsema legt uit dat Leiden al bijna 25 jaar een consistent vestigingsbeleid voert voor haar Bio Science Park om de juiste samenstelling van elkaar versterkende bedrijven binnen te halen. De stad doet nog steeds veel aan het acquireren van bedrijven, maar zit volgens de wethouder nu op de kritische grens dat het cluster zichzelf gaat versterken. Hij zegt de concurrentie van Amsterdam niet te vrezen en van eigen kracht uit te gaan. Een uitbreiding van het Bio Science Park met 300.000 tot 500.000 vierkante meter staat op stapel.
- In het buitenland promoot Geertsema de Holland Biodelta. ‘Dat is beter te verkopen dan Leiden, Delft of zelfs Amsterdam. Voor buitenlanders ligt dat allemaal erg dicht bij elkaar.’
- Niet gehinderd door valse bescheidenheid, hield Amsterdam zijn Biomed Cluster in juni ten doop op ’s werelds grootste jaarlijkse biotechnologie conferentie, Bio 2005 in Philadelphia. ‘We zijn in gesprek geraakt met twee grote Amerikaanse bedrijven die interesse hebben in de kennis die hier aanwezig is’, zegt Michaëla Germing van de dienst economische zaken van de gemeente. ‘We hopen begin volgend jaar een kleine vestiging naar Amsterdam te halen.’
- Cohen, voormalig rector magnificus van de Universiteit Maastricht, geeft blijk van zijn persoonlijke betrokkenheid bij de vertaalslag van wetenschappelijke kennis naar economische bedrijvigheid door op te treden als voorzitter van het Biomed Cluster. Het cluster biedt werk aan ruim twintigduizend mensen, inclusief het verpleegkundig personeel in de academische ziekenhuizen. Naast de twee ziekenhuizen en de daaraan verbonden medische faculteiten, maken meerdere wetenschappelijke instituten deel uit van het cluster, waaronder het Nederlands Kanker Instituut. Zes internationale ondernemingen in de sector hebben een vestiging in Amsterdam of omgeving en de regio telt bijna dertig startup bedrijven in de hoek van de life sciences.
- De samenwerking tussen met name de wetenschappelijke instituten is niet eenvoudig totstandgekomen, maakt Cohen duidelijk. Hij reisde enkele jaren geleden naar Houston in Texas en zag daar hoe meerdere onderzoeksinstituten op het gebied van kanker de handen ineen hadden geslagen, met elkaar maar ook met zakelijke partijen zoals banken, accountants en durfinvesteerders. Deze samenwerking leidde tot nieuwe bedrijven, voortgekomen uit de aanwezige kennis. ‘Dat moet in Amsterdam ook kunnen, dachten we’, zegt Cohen. ‘We kunnen veel meer synergie halen uit wat hier aanwezig is dan tot dusver gebeurt. De verhouding tussen wetenschappelijke omzet en maatschappelijk nut kan omhoog. Dat gaat langzaam, clubs zijn vooral met zichzelf bezig. Wij zijn nu twee jaar bezig om ervoor te zorgen dat de kennisinstituten gezamenlijk verder willen gaan. Dat mijlpaaltje is bereikt met de oprichting van het Biomed Cluster.’
- Binnen Amsterdam geldt het principe van de verdelende rechtvaardigheid. Anders dan Leiden krijgt de hoofdstad niet één terrein waarop de biotechbedrijven zich concentreren, maar hebben de kennisinstellingen AMC, het VU Ziekenhuis en de Universiteit van Amsterdam ieder hun eigen locatie voor spin-offs. ‘Dat hoeft geen bezwaar te zijn’, zegt Peter Odermatt, die namens de Kamer van Koophandel betrokken is bij het Biomed Cluster. ‘Elk van de locaties heeft zijn eigen karakteristieken.’
- Het is volgens Cohen moeilijk aan te geven wanneer de inspanningen van Amsterdam om de biotech te stimuleren, zijn geslaagd. De introductie van een nieuw medicijn bijvoorbeeld, vergt al snel tien jaar. Voldoende kritische massa is ook volgens de burgemeester essentieel. ‘Negen van de tien initiatieven leveren misschien niets op. Het is een kwestie van voldoende volume ten einde expertise op te bouwen en te behouden. Dan boek je successen. Maar hoe groot het wordt, is moeilijk te voorspellen.’
- Naast biotechnologie etaleert Amsterdam zich als innovatieve vestigingsplaats voor ict en nieuwe media, en voor het thema duurzaamheid. Verder heeft de stad veel noten op haar zang als het gaat om de mode-industrie. Is de hoofdstad een veelvraat of gokt zij op zo veel mogelijk paarden tegelijk? ‘Het zit allemaal in dezelfde hoek’, antwoordt Cohen, ‘de hoek van de creativiteit. Wetenschap en cultuur zijn speerpunten van Amsterdam. De stad is een interessante plek, waar mensen voor kiezen om hun talenten bot te vieren. Daarvoor zijn weer andere interessante mensen nodig om mee te kunnen samenwerken.’
[edit] Amsterdam daagt Leiden uit als biotechhoofdstad
Burgemeester Cohen zet zich in voor vertaalslag van wetenschappelijke kennis naar economische bedrijvigheid
Door LAURENS BERENTSEN
AMSTERDAM — Amsterdam gaat de concurrentie aan met Leiden als vestigingsplaats voor medische biotechbedrijven. De hoofdstad heeft haar twee academische ziekenhuizen, een aantal wetenschappelijke instituten en een handvol bedrijven bij elkaar gebracht in het Amsterdam Biomed Cluster. De samenwerking moet Amsterdam op de kaart zetten als broed-en vestigingsplaats van biomedische lifesciencebedrijven, bij uitstek het terrein waarop Leiden zich profileert.
- Biotechnologie is niet direct de eerste associatie die opkomt bij Amsterdam. Juist daarom, legt burgemeester Job Cohen uit, spant de gemeente zich in om zichtbaar te maken wat Amsterdam in huis heeft op het gebied van biomedische life sciences.
- Cohen: ‘De diamant die er is, moet worden opgepoetst. Het barst hier van de bedrijvigheid op dit punt. Dan is het verstandig luid en duidelijk te vertellen dat Amsterdam de beste plek is om je als bedrijf te vestigen.’
- De Verenigde Staten zijn toonaangevend in de biotechindustrie, op afstand gevolgd door Europa. Binnen Europa neemt Nederland een bescheiden plaats in. De industrie komt tot bloei in regio’s waar veel bedrijven bij elkaar zitten. In Nederland benadert Leiden met zijn Bio Science Park nog het meest deze situatie. Crucell en Pharming zijn er gevestigd. Centocor, een dochterbedrijf van multinational Johnson&Johnson, heeft duizend werknemers in Leiden.
- Tel hierbij op dat Nederland voor Amerikanen niet veel meer is dan een groot uitgevallen stad met veel groen, en de vraag dringt zich op hoe verstandig het is dat de hoofdstad zich afzonderlijk profileert als biotechcentrum? Moet Nederland niet met één gezicht naar buiten treden? ‘Ik zit hier niet voor Nederland, maar als burgemeester van Amsterdam’, reageert Cohen. Volgens hem zijn coalities met andere steden mogelijk en is er al sprake van de driehoek Leiden-Utrecht-Amsterdam. ‘Maar we moeten ook een achterstand inhalen, ten opzichte van bijvoorbeeld Leiden. Wetenschappelijk doen we daar niet voor onder, maar in de vertaalslag naar nieuwe bedrijvigheid lopen we nog achter.’
- Wethouder economische zaken Alexander Geertsema van Leiden voelt er weinig voor Amsterdam de les te lezen, maar hij vreest wel voor versnippering van de inspanningen om Nederland aantrekkelijk te maken voor biotechbedrijven. ‘Niet alleen Amsterdam, ook andere gemeentes begeven zich op dit terrein zonder dat ze zich realiseren hoe moeilijk het is om op deze markt te opereren.’
- Geertsema legt uit dat Leiden al bijna 25 jaar een consistent vestigingsbeleid voert voor haar Bio Science Park om de juiste samenstelling van elkaar versterkende bedrijven binnen te halen. De stad doet nog steeds veel aan het acquireren van bedrijven, maar zit volgens de wethouder nu op de kritische grens dat het cluster zichzelf gaat versterken. Hij zegt de concurrentie van Amsterdam niet te vrezen en van eigen kracht uit te gaan. Een uitbreiding van het Bio Science Park met 300.000 tot 500.000 vierkante meter staat op stapel.
- In het buitenland promoot Geertsema de Holland Biodelta. ‘Dat is beter te verkopen dan Leiden, Delft of zelfs Amsterdam. Voor buitenlanders ligt dat allemaal erg dicht bij elkaar.’
- Niet gehinderd door valse bescheidenheid, hield Amsterdam zijn Biomed Cluster in juni ten doop op ’s werelds grootste jaarlijkse biotechnologie conferentie, Bio 2005 in Philadelphia. ‘We zijn in gesprek geraakt met twee grote Amerikaanse bedrijven die interesse hebben in de kennis die hier aanwezig is’, zegt Michaëla Germing van de dienst economische zaken van de gemeente. ‘We hopen begin volgend jaar een kleine vestiging naar Amsterdam te halen.’
- Cohen, voormalig rector magnificus van de Universiteit Maastricht, geeft blijk van zijn persoonlijke betrokkenheid bij de vertaalslag van wetenschappelijke kennis naar economische bedrijvigheid door op te treden als voorzitter van het Biomed Cluster. Het cluster biedt werk aan ruim twintigduizend mensen, inclusief het verpleegkundig personeel in de academische ziekenhuizen. Naast de twee ziekenhuizen en de daaraan verbonden medische faculteiten, maken meerdere wetenschappelijke instituten deel uit van het cluster, waaronder het Nederlands Kanker Instituut. Zes internationale ondernemingen in de sector hebben een vestiging in Amsterdam of omgeving en de regio telt bijna dertig startup bedrijven in de hoek van de life sciences.
- De samenwerking tussen met name de wetenschappelijke instituten is niet eenvoudig totstandgekomen, maakt Cohen duidelijk. Hij reisde enkele jaren geleden naar Houston in Texas en zag daar hoe meerdere onderzoeksinstituten op het gebied van kanker de handen ineen hadden geslagen, met elkaar maar ook met zakelijke partijen zoals banken, accountants en durfinvesteerders. Deze samenwerking leidde tot nieuwe bedrijven, voortgekomen uit de aanwezige kennis. ‘Dat moet in Amsterdam ook kunnen, dachten we’, zegt Cohen. ‘We kunnen veel meer synergie halen uit wat hier aanwezig is dan tot dusver gebeurt. De verhouding tussen wetenschappelijke omzet en maatschappelijk nut kan omhoog. Dat gaat langzaam, clubs zijn vooral met zichzelf bezig. Wij zijn nu twee jaar bezig om ervoor te zorgen dat de kennisinstituten gezamenlijk verder willen gaan. Dat mijlpaaltje is bereikt met de oprichting van het Biomed Cluster.’
- Binnen Amsterdam geldt het principe van de verdelende rechtvaardigheid. Anders dan Leiden krijgt de hoofdstad niet één terrein waarop de biotechbedrijven zich concentreren, maar hebben de kennisinstellingen AMC, het VU Ziekenhuis en de Universiteit van Amsterdam ieder hun eigen locatie voor spin-offs. ‘Dat hoeft geen bezwaar te zijn’, zegt Peter Odermatt, die namens de Kamer van Koophandel betrokken is bij het Biomed Cluster. ‘Elk van de locaties heeft zijn eigen karakteristieken.’
- Het is volgens Cohen moeilijk aan te geven wanneer de inspanningen van Amsterdam om de biotech te stimuleren, zijn geslaagd. De introductie van een nieuw medicijn bijvoorbeeld, vergt al snel tien jaar. Voldoende kritische massa is ook volgens de burgemeester essentieel. ‘Negen van de tien initiatieven leveren misschien niets op. Het is een kwestie van voldoende volume ten einde expertise op te bouwen en te behouden. Dan boek je successen. Maar hoe groot het wordt, is moeilijk te voorspellen.’
- Naast biotechnologie etaleert Amsterdam zich als innovatieve vestigingsplaats voor ict en nieuwe media, en voor het thema duurzaamheid. Verder heeft de stad veel noten op haar zang als het gaat om de mode-industrie. Is de hoofdstad een veelvraat of gokt zij op zo veel mogelijk paarden tegelijk? ‘Het zit allemaal in dezelfde hoek’, antwoordt Cohen, ‘de hoek van de creativiteit. Wetenschap en cultuur zijn speerpunten van Amsterdam. De stad is een interessante plek, waar mensen voor kiezen om hun talenten bot te vieren. Daarvoor zijn weer andere interessante mensen nodig om mee te kunnen samenwerken.’
