Dagvaarding door Hof van Eden aan gemeente
From Talk2000.NL
voorjaar 2005
Contents |
[edit] dagvaarding
SPOEDBEHANDELING VERZOCHT
Heden, de tweeduizend en vijf, ten verzoeke van de stichting STICHTING HET HOF VAN EDEN, gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht, te dezer zake domicilie kiezende te 3512 LC Utrecht aan de Nieuwe Gracht nr. 17 (Postbus 1594, 3500 BN), ten kantore van de advocaat en procureur Mr J.A.F. Boor, alsmede te Amsterdam aan de Beethovenstraat nr. 23, ten kantore van de advocaat en procureur Mr P.J. Stuy, die door requirante ten deze tot procureur wordt gesteld en als zodanig in het onderhavige geding voor haar zal occuperen;
Heb ik,
AAN:
de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE UTRECHT, zetelende te Utrecht, in eerste instantie domicilie gekozen hebbende ten kantore van Mr B.E.J.M. Tomlow, gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht aan de Prins Hendriklaan 21 (Postbus 85016, 3508 AA), die als procureur werd gesteld en optrad, aldaar te zijnen kantore mijn exploit doende, sprekende met en afschrift dezes latende aan:
AANGEZEGD: dat mijn requirante komt in hoger beroep van het vonnis in Kort Geding van de E.A. Heer Voorzieningenrechter der Rechtbank te Utrecht d.d. 25 januari 2005 tussen requirante als gedaagde en gerequireerde als eiseres gewezen;
dat mijn requirante het Gerechtshof verzoekt om dit Hoger Beroep als spoedhogerberoep te behandelen;
En heb ik, deurwaarder, voorts exploit doende, sprekende met en afschrift dezes latende als boven gerelateerd, voornoemde publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Utrecht;
GEDAGVAARD: op dag, de tweeduizend en vijf, des middags te uur, vertegenwoordigd door een procureur te verschijnen ter civiele terechtzitting van het Gerechtshof te Amsterdam, gehouden wordende in het Paleis van Justitie aan de Prinsengracht nr. 436 te Amsterdam; (Waarbij spoedbehandeling wordt verzocht)
MET DE UITDRUKKELIJKE VERMELDING:
1. dat tegen gedaagde(n) c.q. geïntimeerde(n), indien zij niet op de eerste of een door de Rechter nader bepaalde roldatum in het geding verschijnt danwel verzuimt procureur te stellen door de rechter verstek zal worden verleend en de vorderingen zullen worden toegewezen, tenzij de vorderingen de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
2. Indien er meer gedaagden c.q. geïntimeerden zijn en tenminste één van hen in het geding is verschenen, tegen de niet verschenen gedaagde(n)/geïntimeerde(n) verstek kan worden verleend en tussen alle partijen één vonnis zal worden gewezen, welk vonnis/arrest als vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.
TENEINDE:
op hieronder aan te voeren gronden te horen concluderen:
dat het den Hove behage te vernietigen het vonnis de vijfentwintigste januari 2005 door de E.A. Heer Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Utrecht tussen partijen in référé gewezen en opnieuw rechtdoende al de door geïntimeerde, oorspronkelijk eiseres, gevraagde voorzieningen en ingestelde vorderingen alsnog af te wijzen en geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide gedingen.
DE GRONDEN:
Bij exploit van dagvaarding heeft de Gemeente Utrecht de Stichting Het Hof van Eden in Kort Geding doen dagvaarden.
Op 11 januari 2005 diende de zaak voor de Voorzieningenrechter in Utrecht.
Bij vonnis d.d. 25 januari 2005 werd de navolgende beslissing gewezen:
“4. De beslissing
De Voorzieningenrechter:
4.1 veroordeelt het Hof binnen drie maanden na de dag van betekening van dit vonnis het perceel Fort Lunet II aan de Koningsweg 133-C te Utrecht te ontruimen en te verlaten met alle personen, dieren en zaken die zich daar vanwege het Hof bevinden en vervolgens dit perceel met afgifte van alle daarbij behorende sleutels geheel ter vrije beschikking van de Gemeente te stellen;
4.2 machtigt de Gemeente om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis op kosten van het Hof te bewerkstelligen, indien het Hof na de in 4.1 genoemde termijn in gebreke blijft te voldoen aan hetgeen overigens onder 4.1 is bepaald;
4.3 veroordeelt het Hof in de kosten van dit geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op C= 816,00 (achthonderdzestien euro) voor salaris van haar procureur en op C= 311,40 (driehonderdelf euro en veertig eurocent) voor verschotten, daarin niet begrepen een opslag voor BTW over de dagvaardingskosten;
4.4 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.5 wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.”
De Stichting Het Hof van Eden is tijdig bij uw Hof van gemeld vonnis in hoger beroep gekomen. Zij voert daartegen aan de hieronder te vermelden grieven. Voor details en feiten der onderwerpelijke procedure veroorlooft Stichting Het Hof van Eden zich te verwijzen naar de gedingstukken der eerste instantie. De Stichting Het Hof van Eden biedt aan haar posita in voege als hieronder te omschrijven door alle middelen rechtens, speciaal door getuigen nader te bewijzen en vraagt hiervan akte.
GRIEF I
Wat betreft de opzegging van de bruikleenovereenkomst betreffende Fort Lunet II te Utrecht staan redelijkheid en billijkheid er aan in de weg, dat de Gemeente van het haar toekomende recht tot opzegging gebruik maakt. Tevens is de termijn van opzegging, die de Gemeente hanteert, te kort. Terecht heeft de Voorzieningenrechter aangenomen dat in het onderhavige geval sprake is van een bijzondere situatie, nu de bruikleen reeds sinds 1995 loopt en het gebruik voorts mede strekt ten behoeve van de tuinderij, die wordt geëxploiteerd tot het behoud van de bioactiviteit van gewassen, maar ten onrechte heeft hij géén zodanige omstandigheden aanwezig geacht, dat de Gemeente redelijkerwijs niet (en niet op de aangezegde termijn) tot opzegging mocht overgaan. Deze omstandigheden zijn namelijk wel degelijk aanwezig, zoals hieronder nader zal blijken. Het begin in deze kwestie ligt in 1995 toen partijen contracteerden. Het fort in kwestie was toen - zie het contract - in eigendom bij de Staat der Nederlanden en de bestemming was verdedigingswerk en géén natuurgebied, zoals de Gemeente ten onrechte veronderstelt en het Hof ten onrechte verwijt in strijd met deze bestemming te handelen! Het fort heeft nu (2005!) nog steeds deze militaire bestemming! (en een gedeelte zelfs n.b. bestemming passieve recreatie!) Het Hof mocht het fort gaan gebruiken, maar kennelijk niet als verdedigingswerk, maar ten behoeve van haar (ecologische) filosofie te weten het bevorderen van biodiversiteit, waartoe het fokken en houden van dieren mede behoort en voorts het wekken van de mensheid in het algemeen en in het bijzonder haar belangstelling voor gebruiksgewassen uit de hele wereld, het verduidelijken van de samenhang tussen gebruik en teelt van gewassen en economische-, sociale-, gezondheids- en milieuaspecten, het verwerven en beheren van zaden en gebruiksgewassen van over de hele wereld en het verwerven en beheren van passende roerende- en onroerende goederen en financiële middelen voor de teelt van de beheerde gewassen, de verspreiding van deze gewassen en verspreiding van de kennis over deze gewassen, hun teelt en hun economische-, sociale-, gezondheids- en milieuaspecten e.d. Eén en ander diende ecologisch gebruikt te worden conform een beschrijving, aldus het contract, welke beschrijving Het Hof van Eden tot op de dag van heden echter nog nimmer heeft ontvangen. Alles uiterst vaag derhalve (of men heeft de 3 vage zinnen in het contract zelf bedoeld?)
Duidelijk wel is echter dat gezien de filosofie/doelstelling van het Hof haar gebruik niet anders dan ecologisch kan zijn en ook altijd is geweest. De door de Gemeente geheel éénzijdig later ingevoerde beperkingen ten aanzien van het aantal dieren zijn dan ook in strijd met de oorspronkelijke overeenkomst en kunnen bezwaarlijk in dit kader als een Wet van Meden en Perzen gelden. Overigens zal het Hof foto’s meenemen naar de Zitting, waaruit blijkt hoe de Gemeente zelf middels Ballast Nedam zeer onecologisch gehandeld heeft ten aanzien van het fort, hetwelk het Hof had gekregen om er dieren op te huisvesten. Na de problemen met de Politierechter - overigens de cassatie loopt nog steeds - heeft de Gemeente de teugels zeer aanzienlijk aangetrokken en aan het Hof zeer beperkende regels ten aanzien van het houden van dieren opgelegd. Deze regels waren op zich ongetwijfeld goed bedoeld en theoretisch prachtig, doch bleken gedeeltelijk onjuist, niet praktisch, werden verkeerd toegepast etc. Hierbij moet aangetekend worden, dat het Hof haar uiterste best heeft gedaan deze regels te volgen en steeds keurig de Gemeente om informatie heeft gevraagd en van informatie voorzien. Bovendien, zo is gebleken, zijn de regels in de loop der tijden gewijzigd en aangepast. Hetwelk terecht is, daar het hier onder andere handelde/handelt om oude rassen als schroefhoornschaap, krombekeenden, Veluwse landgeiten e.d. Het is dan ook een volledig verkeerd beeld, ‘t welk de Gemeente schetst ten aanzien van de gang van zaken na haar voorwaardenbrief d.d. 12 juni 2002.
- o - o - o - o - o -
In de pleitnota van de Gemeente wordt op bladzijde 16 vermeld, dat in september 2002 het Hof wordt gewaarschuwd! en aan herinnerd, dat op 1 oktober 2002 voldaan dient te zijn aan het door de Gemeente genoemde maximaal aantal dieren en wordt een controlebezoek aangekondigd. ./.De Gemeente laat echter na haar (Produktie 1) hierbij overgelegde brief d.d. 17 oktober 2002 te vermelden, waarin letterlijk vermeld staat: “Geachte Bestuur,
Op 10 oktober is door Bureau Bijzonder Beheer een controle bij u uitgevoerd. Vastgesteld is dat u niet meer dieren houdt dan ik in mijn brief van 19 juni heb aangegeven.
Ook houdt u geen dieren op het terrein voor Lunet 1.
Ik ben blij dat u zich aan de bepalingen uit mijn brief houdt, ook al bent u het er niet mee eens. Ik hoop dat u ook in de toekomst deze voorwaarden blijft nakomen. Aan Bureau Bijzonder Beheer heb ik gevraagd om halfjaarlijks, te beginnen in april 2003 een controle uit te voeren. Om discussies over de leeftijd van geoormerkte dieren te vermijden, wil ik uitgaan van de gegevens zoals die blijken uit uw stallijst.
Met vriendelijke groet,
Mr L.J. Verhulst”;
- o - o - o - o - o -
De inleidende dagvaarding gaat (in produktie 18) vervolgens door naar een veronderstelde overtreding van het Hof in juni 2003 en vermeldt niet de in de pleitnota wel als “Overschrijding I d.d. 9 april 2003" en (slechts oppervlakkig) “Overschrijding II d.d. 21 mei 2003" vermelde voorvallen. Kennelijk niet belangrijk genoeg voor de dagvaarding, doch naar de mening van Het Hof evenmin voor de pleitnota. Waar ging “Overschrijding I” nu om? Volgens de pleitnota bleken de vastgestelde hoeveelheden overschreden te zijn. De ambtenaar in kwestie had nl. nog 6 eenden, 3 konijnen, 4 duiven en 4 ganzen op het fort aangetroffen, die er al in oktober 2002 - toen alles bij de telling in orde bevonden was - aanwezig waren, doch welk klein grut nu voor het eerst werd meegeteld. Bij nader inzien maakte de Gemeente hier dan ook géén probleem van en verruimde de regels. Op 26 mei 2003 - “Overschrijding II” - klopten alle belangrijke aantallen nog steeds perfect, doch werden kleine dieren nu wel meegeteld en bleken er 6 kippen teveel rond te lopen, die het Hof overigens vanwege het toen geldende vervoersverbod niet mocht en kon verwijderen. Blijkens de hierbij overgelegde brief d.d. 3 juni 2003 ./.(Produktie 2) vond de Gemeente kennelijk zelf ook dat zij eigenlijk al te benepen te werk ging en paste haar regeling keurig aan en versoepelde deze ten aanzien van de aantallen parelhoenders, duiven, konijnen, eenden en ganzen.
- o - o - o - o - o -
Eén en ander liep derhalve allemaal wel aanzienlijk anders en genuanceerder dan de Gemeente in de procedure wil doen geloven. Hetzelfde geldt voor de onderhavige veronderstelde overschrijdingen. Alles wordt aangedikt en soms zelfs zwaar aangezet gebracht. Stallijsten ontbreken z.g.n. bij geiten en schapen, in werkelijkheid heeft a) de Gemeente daar niets mee te maken, doch b) zijn stallijsten voor deze dieren in het geheel niet vereist.
- o - o - o - o - o -
Zo ook de veronderstelde Overschrijding III d.d. 27 augustus 2003. Deze komt in de dagvaarding niet voor, was daar kennelijk niet belangrijk genoeg voor. In de dagvaarding is tussen juni 2003, toen geconstateerd zou zijn, dat de aantallen overschreden zijn, doch de Gemeente uit coulance dit geaccepteerd en bijgesteld had en tussen februari 2004, toen een controle plaats vond, waarbij het Hof van Eden overigens zelf de pers had uitgenodigd, géén enkel probleem c.q. overschrijding vermeld door de Gemeente. Wat was er toen in augustus echter z.g.n. aan de hand? De veetelling had uitgewezen: 6 yaks (3 teveel) 5 geiten (2 teveel) 22 stuks eenden. Wat was er echter werkelijk aan de hand? Men had n.b. de wilde eenden, die natuurlijk ook regelmatig op het fort verblijven, meegeteld. (Getuigenverklaringen hiervan worden nog overlegd). De vrees bestond/bestaat dan ook dat binnenkort ook de (wilde) houtduiven en de merels e.d. meegeteld worden. De 2 geiten, die z.g.n. teveel waren, waren “lammeren” en derhalve toegestaan! (verklaringen hierover volgen).
Uit de stallijst, welke eveneens overlegd zal worden, blijkt, dat er 3 jonge yaks bijgekomen waren (ook yaks plegen zich voort te planten), waarvan er 2 jonger dan één jaar waren en derhalve ook in de visie van de Gemeente niet meegeteld behoefden te worden en één 14 maanden, dus inderdaad 2 maanden te oud. (Deze yak heeft het Hof keurig meteen afgevoerd en was op 1 september 2003 bij de telling door de Gemeente niet meer ./.aanwezig). Het Hof legt hierbij (Produktie 3) de brief van 30 september 2003 van de Gemeente over, waaruit zulks blijkt. Het is goed om uit deze brief alinea 2 te citeren: “Het heeft mij verheugd, dat daarbij is geconstateerd, dat u op het gebied van vee-aantallen voldoet aan de maximaal toegestane veestapel” en tevens “Ik spreek nadrukkelijk mijn waardering uit voor uw inzet en weet welke gevoelens dit bij u oproept.” Op 30 september 2003 was alles derhalve nog pais en vree! (en Overschrijding III was in feite onjuist, overtrokken en deels zelfs ridicuul gebleken).
- o - o - o - o - o -
Vervolgens gaat de Gemeente richting februari 2004 en “kopt” dan in de pleitnota (bladzijde 18) Misleiding en Overschrijding IV d.d. 27 februari 2004. De misleiding zou er uit bestaan hebben, dat het Hof eerlijk meldt, dat er een yak ouder dan een jaar is geworden en dat Professor Oenema een rapport heeft gemaakt over het houden van dieren op 3,8 hectare, zulks terwijl het aldus terecht de Gemeente feitelijk slechts gaat over een terrein van 0,6 hectare. ./.Indien men echter (Produktie 4) het hierbij overgelegde rapport leest dan ziet men in het gerasterde gedeelte heel duidelijk 5 stukken grond vermeld, die tezamen 0,6 hectare vormen. Wat zulks allemaal met misleiding te doen heeft ontgaat het Hof. Niet alleen heeft het Hof keurig de verjaardag van de yak gemeld, tevens heeft het Hof een hoogleraar ingeschakeld teneinde te pogen de Gemeente tot een wat soepeler beleid met name ten aanzien van jonge yaks te bewegen, die eigenlijk 1 ½ à 2 jaar bij de moeder dienen te zogen om géén groeistoornissen te krijgen of elders weg te kwijnen, zoals het Hof helaas heeft moeten constateren tengevolge van de leeftijdsgrens van 1 jaar die de Gemeente hanteerde. Deze overschrijding was derhalve een onderwerp van discussie, waarbij de Gemeente eigenlijk dierethisch de boot miste. Voorts stelde de Gemeente 2 ganzen teveel te hebben aangetroffen. Deze ganzen waren komen aanlopen, aanvliegen?, aanzwemmen en verbleven op de fortgracht. Het Hof had niets met hen van doen. Kennelijk uit een volière ontsnapt? Het platteland rond Utrecht wemelt van de Carolina-eenden, Peposaca-eenden, Nijlganzen, Indische ganzen etc. etc., allen kennelijk ooit ontsnapt uit volières. Ik verwijs ook naar de parkieten in het Vondelpark.
Nog even en passant terugkomend op de oppervlakten, voorzover het Hof zulks meent te weten, is dit 13.241 m² het fort betreffende en 14.113 m² grond aan de Koningsweg betreffende, derhalve een kleine 2,8 hectare. Voorts nog van belang, dat het Hof vrijwel iedere dag vrijwel alle mest van alle dieren buiten en binnen afvoert en er derhalve vrijwel géén mest ooit achterblijft. ./.Het Hof legt hierbij (Produktie 5) voorts haar brief d.d. 2 februari 2004 over, waarin zij vraagt of alstublieft de jarige yak wat langer mag blijven staan, daar het kalf nog bij de moeder zoogt (en nog lang niet als een volwassen yak aangemerkt kan worden).
- o - o - o - o - o -
Op 31 mei 2004 schrijft het Hof de Gemeenteraad aan conform ./.bijlage (Produktie 6), stuurt het rapport van Professor Oenema mee en vraagt beleefd voor 2 yak-kalveren of zij wat langer kunnen blijven zogen bij de moeder. Voorts deelt Het Hof zelf keurig mee, de Gemeente brengt dit onder “Overschrijding V”, dat er inmiddels 5 in plaats van 3 geiten zijn, doch dat er 2 schapen afgevoerd zullen worden, zodat één en ander als toegestaan gecompenseerd is. Aangezien de Gemeente helaas niet accoord gaat en de jonge yaks het verder zogen ontzegt, voert het Hof onmiddellijk keurig in juni/juli de yaks en de schapen af, die op de controle van 29 juli dan ook niet aanwezig zijn. Even keurig meldt het Hof op 25 juli 2004, zie bijgaande brief ./.(Produktie 7), dat zij in plaats van schapen voortaan geiten ging houden. Men zou haast zeggen, waar vindt je nog zo’n huurder/gebruiker?
- o - o - o - o - o -
Dan komt de veronderstelde Overschrijding nr. VI d.d. 29 juli 2004. Er blijken aldus de Gemeente 10 in plaats van 6 schapen en geiten rond te lopen. De Gemeente telt echter 4 ./.geitenlammeren (van ongeveer 4 à 4 ½ maand) zie, (Produktie 8) bijgaande inventarislijst met de geboortedata, mee. (Deze lijst is door het Hof ook aan de Gemeente gestuurd na een interview van de Wethouder voor de landelijke radio).
Deze geitenlammeren zijn voor een ieder herkenbaar als lammeren en waren op het moment van de telling ongeveer half zo groot als hun ouders, die er naast liepen. ./.Uit de (Produktie 9) hierbij eveneens overlegde verklaring van de dierenarts blijkt, dat zelfs een kind kan zien, dat het hier lammeren betrof. Zonodig zal het Hof nog getuigen- verklaringen over dit z.g.n. voorval produceren. (Produktie 9 nog niet gereed, volgt nog). Iedereen wist en had gezien c.q. had kunnen zien, dat het hier 4 jongen betrof. Ook dit voorval is derhalve weer een storm in een glas water. De Gemeente voert in dit kader merkwaardigewijs aan, dat het Hof moet bewijzen, hetwelk zij overigens - voorzover nodig - kan en aanbiedt te bewijzen, dat het hier 4 jongen betrof. De bewijslast daarvan ligt echter in het geheel niet bij het Hof. Immers de Gemeente stelt, dat het Hof de door de Gemeente gestelde regels overtreedt en verbindt daar ontruimings- consequenties aan. Als de Gemeente wil ontruimen op grond van ernstige wanprestatie, dient de Gemeente die wanprestatie te bewijzen en niet het Hof haar onschuld.
- o - o - o - o - o -
Recapitulerend, blijken de stellingen van de Gemeente niet overeind te blijven en heeft de Voorzieningenrechter ten onrechte - mogelijk overdonderd door de kolossale pleitnota van de Gemeente Utrecht en de toonzetting daarvan - in dit Kort Geding aangenomen dat het Hof zodanig ernstig zijn verplichtingen ten aanzien van de aantallen dieren niet is nagekomen, dat de Gemeente om die reden tot opzegging van de bruikleenovereenkomst mocht overgaan.
- o - o - o - o - o -
Deze zaak is ook niet geschikt voor Kort Geding, daar het in deze rechtsvorm vrijwel onmogelijk is al de stellingen terzake overschrijdingen en ook alle verdere stellingen afdoende te weerleggen en daar dieper op in te gaan, mede ook daar het Kort Geding eigenlijk géén getuigenverhoren kent. Een zo zwaar wegende beslissing dient dan ook naar de mening van het Hof door een bodemrechter genomen worden en niet in Kort Geding.
- o - o - o - o - o -
Daar komt nog bij, dat de Wethouder in een interview in november 2004 nog het Hof heeft verzocht te reageren op een brief van de advocaat van de Gemeente.
./..Het Hof legt hierbij (Produktie 10 en 11) de tekst van het interview en haar reactie over. Uit deze reactie had de Gemeente dus nogmaals zeer wel kunnen leren - voorzover zij het niet geweten zou hebben, quod non - dat het om 4 lammetjes handelde.
Bovendien en dat maakt zulks hier nog vreemder, werd door de Wethouder in het interview gezegd, dat het Hof (nog steeds) kon blijven zitten, als zij zich aan de regels zou houden. Voor de goede orde, dat was na de opzegging door de Gemeente!
De vraag of de Gemeente wel ontvankelijk is in haar vordering staat dan ook nog steeds overeind. In ieder geval mag aangenomen worden, dat tenzij de Wethouder onwaarheden heeft gesproken, de soep niet zo heet gegeten wordt, als hij is opgediend.
- o - o - o - o - o -
GRIEF II Voorts is de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Utrecht naar de mening van het Hof en hopelijk ook Uw Hof ten onrechte van mening, dat (3.18) naar voorlopig oordeel het Hof ook zijn verplichting betreffende het toelaten van de Gemeente tot het terrein, niet is nagekomen. Ook hier stelt de President terecht, dat de Gemeente de eisen van redelijkheid en billijkheid in acht dient te nemen. Uit het vorenstaande is duidelijk gebleken, dat Het Hof zich in de jaren 2002, 2003 en 2004 uiterst correct richting Gemeente heeft opgesteld. Zij heeft daar speciaal voor mevrouw Stolk, wier naam u in de stukken herhaaldelijk tegenkomt, namens het Bestuur, waarin zij zit, de contacten met de Gemeente laten verzorgen, en mevrouw Stolk heeft zulks altijd op uiterst correcte wijze en met een consequente follow-up onderhouden. Eén en ander speciaal om moeilijkheden te voorkomen. Daarbij leek het overigens wel, dat de houding van de Gemeente veeleer op achterdocht en van haar ambtenaren op haar machtspositie gegrond was. (Dat maakte alles voor het Hof niet gemakkelijker).
De Gemeente heeft mevrouw Stolk o.a. op 19 juni 2003 ./.(Produktie 12) schriftelijk medegedeeld, dat zij ook onaangekondigd de bezoeken wilde uitvoeren. Daar was de Gemeente niet toe gerechtigd, doch daar bestond zijdens mevrouw Stolk géén bezwaar tegen, maar zij wilde er - als contactpersoon van het Bestuur - graag bij zijn en had tevoren daar de Gemeente ook schriftelijk op gewezen en met ./.uitvoerige opgaaf van redenen om verzocht. (Produktie 13) Op 19 juni 2003 deelde de Gemeente dan ook keurig mede, dat zulks prima was en dat als mevrouw Stolk er niet zou zijn men onverrichter zake naar huis zou gaan. Het gaat derhalve niet aan, om, als er dan een jaar later in mei 2004 moeilijkheden ontstaan doordat de Gemeente deze afspraak niet nakomt, dat op het conto van het Hof te schuiven. Bovendien het Hof doet ook wederom in mei 2004 keurig opgave van de aantallen vee. In de pleitnota van de Gemeente staat ten onrechte overigens vermeld, dat op 28 mei 2004 de Gemeente vergeefs is langs geweest. Wel is men op 4 juni 2004 vergeefs langs geweest, daar er toen niemand van het Bestuur aanwezig was en de Stichting derhalve de Gemeente niet kon toelaten. Enkele wel aanwezige in- en doorstromers waren niet bevoegd en konden en durfden terecht deze verantwoording niet te nemen. Blijkens de brief van 19 juni 2003 van de Gemeente aan mevrouw Stolk c.q. de Stichting, welke door haar Bestuur vertegenwoordigd wordt, kan het Hof in deze niets verweten worden. Een controle zonder iemand van het Bestuur er bij kan bovendien toch bezwaarlijk als redelijk en billijk beschouwd worden (helemaal gezien voormelde brief en het gebrek aan enige aanleiding). Bovendien hebben in deze kwestie eerder teveel dan te weinig controles plaats gevonden.
- o - o - o - o - o -
Recapitulerend kan en mag gezegd worden dat de door de Gemeente aangevoerde verwijten eigenlijk ragdun zijn en daar niets substantieels van beklijft.
Zeker zal ook het Hof in deze complexe omstandigheden wel eens iets fout gedaan hebben, maar dat hier sprake zou zijn van een dermate ernstige wanprestatie dat de overeenkomst als ontbonden beschouwd dient te worden, is toch heel duidelijk niet het geval. (Het grote belang en goede doel van het Hof dan maar even buiten beschouwing latend).
- o - o - o - o - o -
Derhalve met conclusie als hierboven vermeld.
- o - o - o - o - o -
De kosten dezes zijn voor mij, deurwaarder, C=
