3C

From Talk2000.NL

Jump to: navigation, search

Links en sites

Contents

SOSCASTOA


ICT Hoeken en afstanden

Kerktoren (Zie boek) Je kunt slepen met de waarnemer en de torenspits. Wat valt je op bij 45 graden?
5.2 Tangens Hellingshoek berekenen (1=Electrische stapsgewijze uitleg: klik start 2x en wacht lang...; 2=oefenen)
5.3 Tangens gebruiken Een rechthoekszijde berekenen (1=Electrische stapsgewijze uitleg: klik start 2x en wacht lang...; 2=oefenen)
5.4 Sinus en cosinus Een zijde berekenen (1=Electrische stapsgewijze uitleg: klik start 2x en wacht lang...; 2 en 3=oefenen)
Testbeeld ICT Testbeeld Diagnostische toets; score is niet betrouwbaar!
  1. Open bovenstaande site in een nieuw venster;
  2. Maak alle opgaven.

Kpr 23:02, 23 Jan 2008 (CET)

aandachtspunten donderdag 7 februari

  • een driehoek kan 3 scherpe hoeken hebben. Of 2, nooit minder; want er is maximaal 1 stompe of rechte hoek aanwezig. De som der hoeken is 180 graden.
  • SOSCASTOA doen we nooit vanuit de rechte hoek, maar altijd vanuit 1 der scherpe hoeken.
  • afspraak: de zijde van een rechthoekige driehoek, tegenover de rechte hoek, noemen we de schuine zijde: s.
  • de twee rechthoekszijden zijn:
    • vanuit de rechte hoek gezien: aanliggend (maar dat is NIET van belang)
    • vanuit de ene scherpe hoek gezien: aanliggende rechthoekszijde (a) of overstaande rechthoekszijde (o);
    • vanuit de andere scherpe hoek gezien: precies omgedraaid.
  • vanuit een hoek en 2 zijden kun je altijd precies 1 vergelijking opstellen; bijvoorbeeld:
    • cos (A) = a / s

Welke het is dat volgt uit de zijden en de hoek die meespeelt. D.w.z.: is gegeven, of is gevraagd.

  • Als A een hoek is (in graden), dan is sin(A) een getal, een verhouding (NOOIT in graden dus).
  • als x een getal (verhouding) is, dan is arcsin(x)=A . Je stopt er dus een verhouding (getal) in, en er komt een hoek uit (in graden)
  • Je rekenmachine moet op Degrees (D) (NL taal:graden) staan.
    • 360 degrees vormen een cirkel.
    • "Graden" (G), een Duitse ingenieurs eenheid, is fout: een cirkel is dan verdeeld in 400 GRADEN (ipv 360 NL-graden). Wij gebruiken dat dus nooit. (Gebruik de MODE knop om aan te passen; zie je handleiding van je rekendoos.)
  • hellingen: een helling kan je beschrijven met een hoek in graden, of met een hellingsgetal.
    • het hellingsgetal is een verhouding: toename y gedeeld door afstand x
    • deze verhouding kun je schrijven als breuk, bijvoorbeeld 3/4
    • dat geeft verhoudingsgetal (helling of hellingsgetal): 0,75
    • die verhouding kun je ook in procenten schrijven: 1/2 = 0,5 = 50% (doe dus de breuk maal 100 om procenten te verkrijgen)
  • een hellingsHOEK is altijd de hoek in graden gemeten (0-90 graden)
  • een helling kun je aangeven in hellingsgetal, bijvoorbeeld 0,2 of in procenten, bijvoorbeeld 20%
  • tan(hellingsHOEK) = hellingsgetal

  • Rapportcijfers: ik ben in overleg met collega's over hoe te corrigeren.

Kpr 16:16, 7 Feb 2008 (CET)

12 feb

herkansing Hst 3+4

1a

f(x) = y= -9 x2 + 36

y = 0
-9 ( x2 - 4 ) = 0
x2 = 4
x = -2 of x = 2 Dus de coördinaten zijn: ( -2, 0 ) en ( 2, 0 )
symm. as: gemiddelde = 0 ... x=0 geeft y=36 dus ( 0, 36 )
vergeet niet de coördinaten volledig op te schrijven, x=-2 of x=2 is maar een half antwoord!
Berg parabool

1b

g(x) = 4 ( x+1 )2 - 12

als je de haakjes uitwerkt zul je vastlopen. Als je vastloopt moet je terug en iets anders proberen. Probeer de vorm: a2=b2
( x+1 )2 = 3
x+1 = plus of min wortel 3, kort dat even af met W=wortel 3
dan x+1 = -W of x+1 = W
x = -1 - W of x = -1 + W
(-1 - W , 0 ) en ( -1 + W , 0 ) zijn de nulpunten.
Als W*W=16 dan W=4
gemiddelde is -1 = x
( -1 , -12 ) is de top
Dalparabool

2

y = x2 - 12x + 32
y = ( x - 4) ( x - 8 )
y = 0
0 = ( x - 4) ( x - 8 ) dus x=4 of x=8
Snijpunten met de X-as zijn: (4, 0) en (8, 0) — vergeet niet ze echt als punten te noteren
Symm. as is x=( 4+8 ) / 2 dus x=6 ; dus de top is (6, -4) dat is een minimum, het dal van de dalparabool. Tip: invullen in vergelijking op regel 2 is makkelijk uit het hoofd, dan invullen in regel 1; beide is mogelijk.

Nog 4 punten x invullen geeft y: bijvoorbeeld (5, -3 ) en (7, -3) en (3, 5) en (9, 5).

3a

( t - 4 )2 = 36
uitschrijven en op nul herleiden werkt wel, maar is een boel werk. Sneller is:
a2 = b2
t-4 = -6 of t-4 = 6
t = -2 of t = 10 Dat is de oplossing: voor deze waarden van t is de bewering van regel 1 waar.

3b

b2 + b = 2
als je meteen b buiten haakjes haalt, loop je vast. Dat werkt dus niet, dus iets anders: eerst op nul herleiden, dan zien we verder.
b2 + b - 2 = 0
product som methode
pq = -2 en p+q = 1
dus -1 en -1 :
( b - 1 ) ( b - 1 ) = 0 = (b - 1)2
de oplossingen vallen nu samen, er is dus maar 1 oplossing, en dat is b = 1

3c

a ( a+ 12 ) = 5 ( 3a + 2 )
wat tussen haakjes staat links en rechts verschilt teveel, daar kun je niks mee beginnen. Dus: alles uitwerken:
a2 + 12a = 15a + 10
nu maar op nul herleiden, alles naar links:
a2 + 12a - 15a - 10 = 0
a2 - 3a - 10 = 0
product -10 (dus 1 plus en 1 min); som (verschil) -3
+2 en -5
(a + 2) (a - 5) = 0
a=-2 of a=5

4 ongelijkheid

  1. los de GELIJKheid op
  2. maak een schets van de grafiek , of een tekenschema
  3. lees het antwoord af en noteer dat op de juiste wijze
Op te lossen:
x2 - 12x + 32 > -3
x2 - 12x + 32 = -3

analoog aan som 2 geeft dit nu:

x=5 of x=7
Het tekenschema wordt:
     >>>     =    <<<      =     >>>
y = x2 - 12x + 32 —————+—————+————— -3
voor x= —————5—————7
(Dus x2 - 12x + 32 vergeleken met -3 .)
Oplossing is: x < 5 of x > 7
opmerking

Als gevraagd zou zijn: y < -3 dan zou de oplossing zijn: 5 < x < 7 .

In het eerste geval is x of het één, of het ander; in het tweede geval is x zowel kleiner dan 7 als groter dan 5: én-én. Dit kan je in één keer opschrijven, waarbij je van klein naar groot sorteert: 5 < x < 7 .

5a

(a+b)2 = a2 + 2ab + b2 dus
p2 + q + (pq + p)2 =
= p2 + q + p2q2 + 2 p2q + p2 =
de eerste en de laatste term kan je samen nemen:
= 2 p2 + q + p2q2 + 2 p2q

5b

5 a3b2c / ( 3 abc ) =
= (5/3) a2b

5c

p4 = p p p p (4 maal met zichzelf vermenigvuldigd) en Meneer VanDalen Wacht OpAntwoord, dus
5(a2b)4 =
=5 [ a8b4 ]
= 5 a8b4

13 feb

advies profiel toets

donderdag 14 februari

beschouw cos(A)= a/s.

  • als A gegeven is, is cos(A) is een getal (c), gelijk aan a/s
    • als a gevraagd is, geldt: a = c * s
    • als s gevraagd is, geldt: s = a / c (Hier moet je handig, snel en accuraat in zijn.)
  • als A gevraagd is, dan geldt: A=arcsin(a/s), je mag ook schrijven sin-1(a/s) en op je rekenmachien doe je SHIFT (of Inv) sin

Beschouw sin(A) = o/s

  • Als A bekend is, en stel v=sin(A), geldt:
    • v = o/s
    • als o gevraagd is, geldt: o = s * v
    • als s gevraagd is, geldt: s = o / v

Beschouw

donderdag 21 februari

  • voorbeeld abc formule

Huiswerk voor dinsdag 4 maart:

  • 2
  • 3def
  • 5efgh
  • 8
  • 9

 


- N a v i g a t i e -


Reageer

+++ Geef jouw Reactie (op de discussion page) +++

(en klik op 'Save' als je klaar bent)
Personal tools